Het proces van doctoreren is zowel vanuit economisch als vanuit HRM standpunt een gebeuren met belangrijke impact. Een kwaliteitsvol proces van doctoreren is in de eerste plaats van belang voor de loopbaan en de ontwikkeling van de jonge onderzoekers zelf. Daarnaast vormt de bijdrage van doctorandi een belangrijk onderdeel van het wetenschappelijk onderzoek, en niet in het minst voor de kwaliteitsvolle opbouw van de Vlaamse kenniseconomie, gesteund op vernieuwend onderzoek. Een zo efficiënt mogelijk doctoraatsproces is dan ook vanuit meer dan één oogpunt een belangrijke zorg.
Met het onderzoeksproject 'Doctoreren aan Vlaamse universiteiten 1991-2002' wou de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) het verloop van en de determinerende parameters voor doctoreren aan Vlaamse universiteiten in beeld brengen en hierin een beter inzicht verschaffen.
Deze VRWB-onderzoeksopdracht is een vervolg en uitbreiding op een eerdere analoge studie uitgevoerd voor de K.U.Leuven en de Universiteit Gent. Het bundelt de personeels-, afgestudeerden- en doctoratenbestanden van de vijf grote Vlaamse universiteiten over de periode 1991-2002 tot een uniek gegevensbestand waarop een kwantitatieve analyse van het doctoraatsproces werd uitgevoerd. Hiermee werd het doctorale traject in beeld gebracht van meer dan 18 000 onderzoekers die gedurende de bewuste periode aan de Vlaamse universiteiten instroomden. Er werd bijv. gepoogd een beeld te krijgen van de mate waarin junioronderzoekers een doctoraat behalen, wat hierin de bepalende factoren zijn, wat de doorsnee duur van een doctoraatsperiode is ...
Dit nummer van de studiereeks beslaat twee boekdelen. De gedetailleerde resultaten van de analyse zijn weergegeven in boekdeel II. Boekdeel I is een syntheserapport, waarin de analyseresultaten worden uitgediept, geïnterpreteerd en vertaald naar de Vlaamse beleidscontext en wordt een aanzet gegeven tot een debat over het proces doctoreren in Vlaanderen en de wijze waarop het mogelijk positief kan worden bijgestuurd.