Minister Dirk Van Mechelen wil een nieuw financieringskanaal uitbouwen voor het strategisch basisonderzoek in Vlaanderen.
De VRWB staat achter dit voorstel, maar tegelijkertijd bepleit de Raad zeer sterk om voor het strategisch basisonderzoek een steunmodel in te voeren, analoog aan het FWO-BOF-systeem, waar een open interuniversitaire competitie (FWO) naast een intra-universitair instrument (BOF), staat, dat een eigen specifiek intern beleid toelaat.
In zijn advies gaat de VRWB in op de beide parallelle systemen.
De VRWB splitst zijn advies in twee delen, meet aanbevelingen resp. voor het interuniversitaire en het intra-universitaire systeem.
Deel 1: financieringskanaal voor strategisch basisonderzoek in Vlaanderen
De VRWB gaat akkoord met de doelstelling van het financieringskanaal om grotere onderzoeksprogramma's met een voldoende kritische massa te ondersteunen en dit open te stellen voor alle O&O-actoren en alle onderzoeksdomeinen.
Vooral vanuit strategische selectieoverwegingen moet evenwel een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds projecten met een primair economische finaliteit, en anderzijds projecten met een primair maatschappelijke finaliteit. Twee afzonderlijke selectieprocedures zijn hiervoor nodig. De Raad vraagt zich wel af of het goed is om op beleidsniveau onderscheiden budgettaire enveloppes voor beide finaliteiten 'a priori' vast te leggen. Voor de projecten, waar het maatschappelijk belang de hoofdfinaliteit van het beoogde onderzoek is, worden kansen gecreëerd voor onderzoekstopics die buiten de interessesfeer van de bedrijfswereld liggen, zoals de fileproblematiek of het ondergronds vervoer. Het is dan ook noodzakelijk dat bevoorrechte gebruikers, zoals onder meer organisaties binnen de social-profit sector, op een directe en interactieve wijze betrokken worden bij het definiëren van de projecten. Het nieuwe steunkanaal moet ook openstaan voor strategische projecten in het kader van grote internationale onderzoeksprogramma's of rond globale topics als klimaatverandering, waterproblematiek, gezondheidszorgen. De Raad verwijst in dit verband naar het recente VRWB-onderzoeksproject rond Science Sharing.
Alle in Vlaanderen gevestigde O&O-actoren kunnen projectvoorstellen indienen, al dan niet in consortiumverband. De VRWB is principieel voorstander van een open toegang in een programma van open competitie. Wat IMEC, VITO en VIB betreft, moeten overlappingen en dubbelfinanciering in het kader van de respectieve beheersovereenkomsten vermeden worden. Het toelaten van buitenlandse partners is positief en speelt in op de doelstellingen van de Europese Onderzoeksruimte. Wel zullen clausules moeten worden ingebouwd, opdat samenwerking tussen buitenlandse bedrijven en Vlaamse universiteiten niet zou leiden tot 'export' van Vlaamse know-how.
De VRWB maakt nogmaals de bedenking of er werkelijk nood is aan een derde loket, het zogenaamde Vlaams agentschap voor basisonderzoek. In elk geval zou het nieuwe agentschap, onder meer omwille van de door de Vlaamse regering terecht voorgenomen vereenvoudiging van structuren, maximaal gebruik moeten maken van de huidige infrastructuur en de aanwezige competenties in de bestaande financieringsmechanismen.
Deel2: Beheers- en financieringsinstrument voor stragegisch basis- en toepassingsgericht onderzoek aan de universiteiten
Naast het nieuwe financieringskanaal voor strategisch basisonderzoek, vraagt de Vlaamse regering minister Vanderpoorten ook een beheers- en financieringsinstrument voor strategisch basis-en toepassingsgericht onderzoek in de schoot van de Vlaamse universiteiten voor te bereiden. De VRWB is hier een grote voorstander van en is graag bereid de minister pro-actief zijn medewerking te verlenen.
Het Vlaams universitair onderzoek heeft geleid tot een waardevol wetenschappelijk potentieel in diverse deeldomeinen (nanotechnologie, bio-informatica, voedingstechnologie, enz... ). Binnen ieder van deze wetenschappelijke sectoren bieden zich nieuwe vindingen en uitdagingen aan. Maar de huidige versnipperde inkomsten voor dit type onderzoek laten een strategische concentratievorming en portefeuille-opbouw niet toe. Anderzijds stellen zich acute problemen op beheersmatig vlak, in het bijzonder op het vlak van lange-termijnpersoneelsomkadering en infrastructuur. Voor deze ontluikende deeldomeinen is de wetenschappelijke dynamiek zo groot dat de oprichting van nieuwe instituten analoog aan IMEC, VIB en VITO, ook niet langer het gepaste antwoord is op de nood aan concentratie. Een eigen autonoom te beheren financieringsinstrument voor strategisch basis-en toepassingsgericht onderzoek zal de universiteiten toelaten om binnen hun instelling ook een geëigend beleid te voeren ten aanzien van dit soort onderzoek.
