De beleidsbrief Wetenschap en Innovatie 2012 verdeelt de aandacht voor wetenschap en innovatie opnieuw meer evenwichtig over wetenschap en innovatie. Een positieve evolutie, zo begint het VRWI-advies. Maar daarnaast mag de afstemming met het Nieuw Industrieel Beleid en de internationale dimensie wat prominenter. De legislatuur is al halverwege, constateert de Raad; het komt er nu op aan om aan snelheid en actie te winnen en garanties in te bouwen voor continuïteit over de opeenvolgende legislatuurperiodes heen.
De VRWI waardeert het ingezette budgettaire groeipad, maar blijft herhalen dat verdergaan op het huidige elan niet volstaat om de vooropgestelde 1%-O&O-norm te halen in 2020. Hiervoor zijn grotere inspanningen nodig. Minstens even belangrijk is echter de wijze waarop de extra middelen worden ingezet. De minister heeft bij de injectie van extra middelen naar aanleiding van de begrotingscontrole 2011 niet zomaar een louter hersteloperatie per activiteit doorgevoerd; ze heeft hierin duidelijk keuzes gemaakt. Deze prioriteiten worden in de begroting 2012 grotendeels herbevestigd.
Omdat onderzoekers de ruggengraat van onze kennismaatschappij vormen, zijn voldoende middelen voor mandaten en onderzoeksprojecten noodzakelijk. De verwachte extra druk vanwege de integratie van de academiserende hogeschoolopleidingen moeten we kunnen opvangen. Om negatieve competitiviteit tussen de hoger onderwijsinstellingen te vermijden, zouden BOF en IOF moeten evolueren naar een halfopen enveloppe-systeem.
Daarnaast dringt de VRWI in zijn advies aan op verduidelijking, concretisering, verfijning en meer transparantie van heel wat initiatieven voor het innovatiebeleid waarvan sprake in de beleidsbrief: de innovatieknooppunten (IKP-beleid), de 'lichte structuren', de werking van de innovatieregiegroepen (iRG's) in de schoot van de VRWI, het TINA-fonds ...
