Bij het overschouwen van de O&O-investeringen tijdens de afgelopen legislatuur, noteert de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid een aantal sterk positieve punten. In absolute bedragen zijn de overheidsmiddelen voor O&O zeer sterk gestegen, met ongeveer 40%. Bij de verdeling van deze middelen werd het evenwicht tussen het gericht en het niet-gericht onderzoek gerespecteerd. Er was blijvende aandacht voor de kwaliteit van het onderzoek. De loopbaan van de onderzoeker werd op alle niveaus gesteund. De laatste jaren werd een enorm kennispotentieel gecreëerd in Vlaanderen.
Als minpunten noteert de Raad dat de 3%-norm nog lang niet is bereikt, en belangrijker nog, dat de kloof met deze norm niet kleiner is geworden, noch voor het publieke aandeel noch voor het private aandeel. De versnippering van de middelen over steeds meer kanalen werd niet actief aangepakt. Zorgwekkend is het onderbenutte valorisatiepotentieel, wat wordt weerspiegeld in een onvoldoende creatie van nieuwe economische activiteit en onvoldoende transformatie van het bestaande economische weefsel.
De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid roept de nieuwe Vlaamse Regering op om prioritair haar aandacht te richten op wetenschap en innovatie om van Vlaanderen een topregio te maken in een wereldwijde kennismaatschappij. Door net in tijden van economische crisis resoluut te kiezen voor bijkomende financiering voor onderzoek en ontwikkeling zal Vlaanderen een betekenisvolle voorsprong kunnen uitbouwen. Het behalen van de 3%-norm moet daarbij onverminderd het richtsnoer blijven, en dit tegen 2014 .
Een nieuw budgettair groeipad voor de realisatie van de 1%-norm moet worden verankerd in een meerjarenbegroting voor de komende legislatuur. Op basis van officiële groeiprognoses van begin juli 2009 komt dit neer op 177 miljoen euro aan extra O&O-middelen, en dit vanaf 2010 structureel en elk jaar opnieuw.
De VRWB pleit ervoor om voor de nieuwe regeerperiode 2009-2014 een globaal meerjarenplan op te stellen voor wetenschap en innovatie, gekoppeld aan die meerjarenbegroting. Dit globaal meerjarenplan moet het ruimer kader vormen waarbinnen gefundeerde afwegingen kunnen worden gemaakt voor enerzijds de ondersteuning en gerechtvaardigde versterking van de zeer gediversifieerde bestaande kanalen en anderzijds de nood aan middelen voor het gericht inzetten op strategische domeinen die moeten leiden tot doorbraken (cfr. VRWB clusters en ViA-doorbraken) die ook economisch en maatschappelijk een substantiële meerwaarde kunnen leveren.